Een lager vetpercentage zorgt ervoor dat je spiermassa beter zichtbaar wordt. Lees hier hoe je het vetpercentage kan meten en wat een gezond vetpercentage is.

Gezond vetpercentage

Een gezond vetpercentage voor mannen in de leeftijd tussen 18 en 30 jaar is tussen de 8 en 17 procent; voor vrouwen ligt het in deze leeftijdsgroep rond de 18 en 25 procent. Een laag of hoog vetpercentage heeft niet alleen cosmetische gevolgen, maar is ook van invloed op je gezondheid. Een te hoog vetpercentage zorgt voor een verhoogde kans op hart- en vaatziekten en diabetes.

Een man met een vetpercentage boven de 17 procent heeft een significant lager testosteronspiegel (testosteron is essentieel voor de spierhuishouding) dan zijn slankere seksegenoten. Vrouwen met een vetpercentage beneden de 18 procent kunnen problemen krijgen met vruchtbaarheid en weerstand. Let wel op, deze percentages zijn gemiddelden uit epidemiologische onderzoeken en moeten daarom worden gehanteerd als vuistregels en niet als de absolute maatstaven.

Vetverdeling

Daarnaast is de vetopslag bij vrouwen anders, in tegenstelling tot mannen. Bij vrouwen hoopt vet zich meestal niet op rond de buik, maar op benen, heupen en billen. Een ‘normale’ hoeveelheid vet bij vrouwen op benen en heupen is bevorderlijk voor de weerstand. Mannen daarentegen hebben veel meer de neiging vet op te slaan op en rond de buik. Het percentage essentieel lichaamsvet voor vrouwen is groter dan dat voor mannen omdat het lichaam van vrouwen gemaakt is om kinderen te verwekken en andere hormonale functies die daar aan gerelateerd zijn.
De opslag van lichaamsvet bestaat uit vetophoping in de vetweefsels om belangrijke organen te beschermen.

Buikvet bij mannen en vrouwen (denk hierbij aan vetpercentages vanaf circa 20 procent voor mannen, het gaat hierbij dus letterlijk om een buik) veroorzaken insulineresistentie, omdat dit vet schadelijke hormonen afscheid.

Vetpercentage meten

Je vetpercentage kan je onder andere meten met een huidplooimeter, of een speciale weegschaal (elektrodiagnose; meestal aanwezig bij de modernere fitnesscentra): deze meten het vetpercentage doordat spieren meer water bevatten dan vet en daarom elektriciteit beter geladen. Via beide enkels wordt een elektrische lading naar de pols gevoerd. Door een tijdmeting wordt een analyse gemaakt van de periode die elektrische lading nodig heeft om door het lichaam te gaan, hierdoor wordt het vetweefsel en spierweefsel bepaald.

Bij wetenschappelijke onderzoek wordt soms een speciaal bad gebruikt om het vetpercentage te meten. Verder is het mogelijk om het met een scan in het ziekenhuis te laten doen. Ten slotte kan het ook met ultrasound geluid. De meest gangbare en simpele methode is de huidplooimeter. Met de huidplooimeter kan je aardig nauwkeurige schattingen maken wat je vetpercentage is.

De vuistregel voor mannen is dat je sixpack zichtbaar wordt rond een vetpercentage van twaalf procent. ‘Love handles’ verdwijnen bij mannen meestal bij vetpercentages beneden de 17 procent.

Huidplooimeter

Als je het vetpercentage wil meten is het belangrijk een huidplooimeter te gebruiken met een nauwkeurige aanduiding van het aantal milliliters. Als je echt zeker wilt weten dat het goed gaat laat dan een meting doen door een professional in een fitnesscentrum. Belangrijk is dat je op de juiste plek het vet en de huid vastpakt en niet onderliggende spieren.

Meetpunten

  • Biceps – de voorkant midden bovenarm
  • Triceps – de achterkant midden bovenarm
  • Subscapulaire plooi – onder het schouderblad
  • Rectus Abdominis plooi – vlak boven het bovenbeen